zondag 17 februari 2013

Zen en gezondheid

Het verhaal van de bootmonnik
Dechen was een leerling van Yaoshan. Na de dood van zijn leraar ging hij zijn weg. Maar anders dan zijn medeleerling Daowu stichtte hij geen eigen klooster. 'Ik ben ongedisciplineerd van aard. Ik ben liever in de natuur, waar ik mijn eigen gang kan gaan. Maar als je een geschikte student tegenkomt, stuur hem dan naar mij en ik zal hem alles leren wat ik geleerd heb', zei hij aan Daowu. In een afgelegen gebied leefde hij als veerman. Men noemde hem de 'bootmonnik' maar niemand wist goed wie hij was.

Op een dag woonde Daowu een lezing bij van Jiashan. In de discussie die volgde antwoordde Jiashan zo theoretisch dat Daowu, ondanks zichzelf, in lachen uitbarstte. Jiashan voelde dat er iets niet klopte en vroeg Daowu om instructie. Daowu stuurde hem naar Dechen.

Dechen zag gauw welke capaciteiten Jiashan had. 'Je vist met een lijn van duizend voet, maar je haak komt drie duim tekort. Waarom zeg je niets?' Op het moment dat Jiashan zijn mond opende sloeg Dechen hem met het roer in het water. Jiashan krabbelde terug in de boot. Dechen riep: 'Spreek, spreek!' Nog voor Jiashan een woord kon uitbrengen sloeg Dechen hem opnieuw. Op dat ogenblik bereikte Jiashan grote verlichting.

Het is één van die vele op het eerste zicht absurde Zen-verhalen. Ik laat u, zoals het dergelijke verhalen past, er even mee zitten. We komen er op terug,

Passie voor gezondheid
Vreemd die relatie tussen Zen en gezondheid. Nu is het zo dat wij in onze wereld bijna alles in verband brengen met gezondheid. Het is één van onze belangrijkste en meest gewaardeerde motieven. We sporten niet omdat het prettig is, maar omdat het gezond is. We kiezen ons voedsel niet omdat het lekker is, maar omdat het gezond is en zelfs vegetariër worden we niet uit mededogen met de dieren, maar uit gezondheidsoverwegingen. Ook Zen ontsnapt blijkbaar niet aan onze allesoverheersende gezondheidswoede.

Er zijn opvallende parallellen tussen de situatie van het boeddhisme in het Westen en de periode waarin het boeddhisme China bereikte. Ook de Chinezen waren geobsedeerd door gezondheid. Het grote streven van taoïsme was onsterfelijkheid. In opdracht van de Chinese keizers zochten taoïstische alchemisten naar een onsterfelijkheidselixir. Ettelijke proefpersonen zijn gestorven bij in vivo experimenten met allerlei giftige substanties. (Aan één van deze experimenten danken we overigens de uitvinding van het buskruit.)

Bij zijn aankomst in China werd het Boeddhisme snel geïnterpreteerd in het licht van het taoïsme. De taoïstische terminologie werd gebruikt om boeddhistische termen uit het Sanskriet te vertalen. In een poging om het Boeddhisme te siniseren werd er zelfs gespeculeerd dat de Boeddha en Laozi één en dezelfde persoon waren.

Thanissaro Bikkhu, een Westerse Theravada monnik, argumenteert dat het Westerse romanticisme in onze tijd voor het boeddhisme dezelfde functie heeft als destijds het taoïsme in China. Onze obsessie met gezondheid past in het romantische gezondheidsideaal van een zuiver en oorspronkelijk leven, verbonden met de natuur. Deze situatie is én een ingangspoort voor het boeddhisme én één van de grootste bronnen van misverstand.

Terug naar de bootmonnik
Keren we terug naar onze bootmonnik. Er is bitter weinig gezond aan. Dat Jiashan zijn val in het water te boven kwam weten we, want hij werd, naar aanleiding van dit incident een gewaardeerd Zenmeester. (Hij wordt gezien als degene die voor het eerst het drinken van thee in Zen introduceerde.) Ook het gedrag van Dechen kunnen we moeilijk als een toonbeeld van gezondheid bestempelen. Om te beginnen geeft hij zelf al aan dat hij contactgestoord is en een goedbedoelende en verwachtingsvolle leerling zomaar het water in meppen is op zijn minst bizar.

Hoe begrijpen we dit verhaal? Leef je in in Jiashan. Een leraar, die blijkbaar volk trekt en midden in een lezing wordt hij belachelijk gemaakt. In plaats van in de tegenaanval te gaan of het voorval te negeren stapt hij op de man die met hem lachte af en vraagt hem om instructie. Daowu gaat niet op zijn verzoek in maar stuurt hem naar een afgelegen gebied, naar een obscure heremiet. Jiashan geeft zijn positie op, laat hebben en houden achter en gaat op zoek naar Dechen.

Als hij hem eindelijk vindt, op het moment dat hij hoopt de instructie te krijgen waar hij zo wanhopig naar op zoek is ... mept Dechen hem het water in. Nog voor hij van zijn ontzetting bekomen is, krijgt hij een tweede mep.

Wat kan je doen in zo een situatie? Helemaal open en volledig uit je lood geslagen heb je maar twee mogelijkheden. Of terug alles sluiten: 'deze man is gek, ik ben voor niets gekomen', of alles loslaten en ontdekken wat je altijd al wist en je nooit gerealiseerd hebt, oog in oog met de realiteit zoals ze altijd al was, maar met een intimiteit die je niet voor mogelijk hield.

Is Zen gezond?
Zen heeft niets met gezondheid te maken. Zen gaat over die intimiteit met de werkelijkheid die tegelijk ontzettend en bevrijdend is. Zen gaat niet over gezondheid maar over een openheid op de realiteit die niet zonder consequenties is maar die ons vervolgens geen andere keus meer laat dan liefdevol en mededogend in de wereld te staan en te handelen. Zen gaat over een radicaal loslaten dat ons in onverkende wateren brengt misschien zelfs ten koste van onze gezondheid. Op één of andere manier zal je nooit meer dezelfde zijn.

Ons verlangen naar gezondheid kan ons misschien tot Zen brengen. De rust en ontspanning van de meditatie kan misschien heilzaam zijn en ons leren om beter met stress om te gaan. Dat is zelfs wetenschappelijk bewezen. Maar er komt een moment dat we beseffen dat ons verlangen naar gezondheid niet verder zal ingewilligd worden. Op dat moment hebben we de keuze tussen afhaken of met al onze angst de duisternis invaren en daarin, ondanks onze angst tot de bevrijdende ontdekking te komen dat het leven leefbaar is.

Waarschuwing: Zen kan uw gezondheid schaden
Jinqing vroeg een monnik: wat is dat geluid buiten. De monnik antwoordde: dat is het geluid van een slang die een pad opeet. Jinqing zei: wanneer je het lijden van wezens erkent, zijn er meer wezens die lijden.

Zen maakt je gevoeliger en kwetsbaarder. Je kan niet meer vrijblijvend naar de geluiden van de wereld luisteren. Je lijdt mee. Dat is de consequentie van een grotere openheid en intimiteit met de werkelijkheid. Of het te rijmen valt met de zoektocht naar gezondheid moet ieder voor zich uitmaken.

Zen kan uw gezondheid schaden. Of dat een reden is om er mee door te gaan of om er mee te stoppen laat ik aan uw eigen appreciatie over. Maar, zoals Trungpa Rinpoche zijn lezingen vaak begon: u kan nu nog weggaan.

Ten overvloede: Waarover gaat het?
Wat wil Zen met dit alles duidelijk maken? Waar gaat het toch over? Zen is een heel pure uitdrukking van de dharma, van de leer van de Boeddha. De dharma gaat over lijden. De eerste edele waarheid is de vaststelling van de aanwezigheid van lijden. Lijden, en daarmee dus ook geluk, is waar het allemaal om draait. Lijden vindt zijn oorzaak in de drie vergiften: hebzucht, haat en illusie. Dit is de tweede edele waarheid. Het is geen kwestie van moraliseren. Er is geen a priori goed en slecht, er is enkel lijden en opheffen van lijden. De drie vergiften worden zo genoemd omdat ze op een slinkse manier ons leven vergallen. De giftigste van de drie is wellicht illusie. Welke illusie? De illusie waarmee we ons kleine ik voor werkelijk nemen en er ons krampachtig in opsluiten. Hebzucht en haat zijn er de onvermijdelijke gevolgen van. Mijn geluk , mijn welzijn, mijn gezondheid, mijn behoefte, mijn spiritueel pad, mijn dieet... dat is wat ik wil hebben en wat daarbij in de weg komt moet worden opgeruimd. De illusie is dat ik gelukkig zal zijn als aan mijn behoefte voldaan is, desnoods ten koste van het geluk van anderen. Jinqing test de monnik bij het geluid van de slang die een pad eet als hij zegt: wanneer je het lijden van wezens erkent, zijn er meer wezens die lijden.

De derde edele waarheid is die van bevrijding. Bevrijding uit de beklemmende gevangenis van het kleine ego. Het besef dat al dat ‘mijn‘ illusoir is. Wat een opluchting. Jinqing daagt de monnik uit: ‘Wanneer je het lijden van wezens erkent, zijn er meer wezens die lijden’. Ineens besef je het tegendeel waar is. Mededogen volgt automatisch uit dit inzicht. Inzicht en mededogen verhouden zich als vuur en warmte.

Het pad dat tot bevrijding leidt is de vierde edele waarheid. Hier houdt de theorie op, hier heb je iets te doen. Zoals Jiashan heb je wat je hebt los te laten en op weg te gaan. Daowu zag snel hoe dicht Jiashan bij dit inzicht al stond. Hij mept zijn laatste verwachting van mijn inzicht, mijn onderricht, mijn verlichting ... uit zijn handen en Jiashan vat het.

De hedendaagse Amerikaanse leraar Genpo Roshi zegt: ‘Die oude Zen-meesters konden het zich permitteren om desnoods jaren lang te wacht tot de juiste leerling op hun pad kwam. In de voorbije eeuw is de race met hebzucht, haat en illusie zo urgent geworden omdat het overleven zelf van onze planeet op het spel staat.’

In de oudste teksten lezen we hoe de Boeddha na zijn ontwaken zich afvroeg: aan wie kan ik dit doorgeven, want deze tijd is alleen geïnteresseerd in onmiddellijke behoeftebevrediging, niemand zal dit kunnen vatten. (Het gaat hier wel degelijk over India 2500 jaar geleden.) Het is een god die de Boeddha uiteindelijk smeekt om zijn inzicht door te geven ‘want zij met weinig stof in hun ogen zullen het vatten’. Het idee dat niemand dit zal kunnen vatten is wellicht de laatste illusie.

Zen gaat niet over gezondheid. Wijsheid en mededogen, daar gaat het over. Wellicht is er uiteindelijk niemand die dit niet kan vatten.

Edel Maex

Bron: Leven in de Maalstroom Blog




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen