Posts tonen met het label Psychologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Psychologie. Alle posts tonen

maandag 27 april 2015

Meditatie: wat doet het echt met ons?

Hoe kunnen we aan de drukte van het dagelijkse leven ontsnappen? Veel mensen gaan mediteren in een poging stress te reduceren, te ontspannen en somberheid tegen te gaan. Maar wat doet meditatie nu echt met ons?

De essentie van meditatie is het leven in het nu. Gelukservaringen en diepe ontspanning worden pas ervaren als de aandacht wordt gericht op het hier en nu. Er wordt niet afgedwaald naar het verleden en de toekomst en er wordt geen oordeel geveld over huidige ervaringen. Het gevolg is minder stress, weerstand en spanningen. Er zijn verschillende soorten meditatie. Er bestaan Oosterse meditatietechnieken, waaronder visualisatie- en zen-meditatie. De moderne technieken omvatten onder meer lach- en mindfulness-meditatie.

Drie principes
Bij meditatie staan drie principes centraal. Te beginnen met het focussen op één ding (het meditatieobject), zodat de geest zich concentreert. Daarnaast moeten afdwalingen teruggebracht worden bij het meditatieobject en tot slot passeren alle gedachten een persoon zonder hem/haar te storen. Deze drie principes worden elke sessie toegepast en zijn een cyclisch proces.

En hoe voelt dat?
Ervaringsdeskundige Martina Jager vertelde over haar ervaring met meditatie: “Ik ben me volledig bewust van wat er is, zonder dat ik me hierdoor laat afleiden. Dit geeft ruimte in mijn geest en lichaam. Na het mediteren voel ik mij direct energieker en milder.” Daarnaast bleek ze van een afstand naar situaties te kunnen kijken en zich minder mee te laten slepen door instinctieve reacties. Dit maakte haar kalmer.

Steeds meer onderzoek
Sinds enkele jaren vormt meditatie een onderwerp in de wereld van hersenonderzoek. Er wordt steeds gerichter onderzocht welke effecten mediteren heeft op verschillende hersengebieden. Langzaam maar zeker komt er een duidelijker beeld van de hersengebieden die veranderingen ondergaan. Nieuwe technieken op het gebied van neuro-imaging (bijvoorbeeld scans) maken het mogelijk om te onderzoeken wat er in ons hoofd gebeurt. Wat verandert er na meditatie?

“MEDITATIE ZORGT ERVOOR DAT DE BUITENSTE LAAG (DE CORTEX) VAN DE HERSENGEBIEDEN DIKKER WORDT”

De cortex
Meditatie zorgt ervoor dat de buitenste laag (de cortex) van de hersengebieden dikker wordt. Het gaat voornamelijk om hersengebieden waarbij zelfcontrole een rol speelt. Deze gebieden liggen in het voorhoofd. Deze voorhoofdsgebieden vormen samen de prefrontale cortex en spelen een belangrijke rol bij aandacht en bij de gevoeligheid en verwerking van sensorische input. Door het dikker worden van de cortex functioneren de gebieden beter.

Meer grijs
Uit onderzoek is gebleken dat meditatiebeoefenaars in diverse gebieden meer grijze stof hebben. De functie van de grijze stof is het verwerken van informatie en grijze stof bestaat onder meer uit de cellichamen van de zenuwcellen. Meditatiebeoefenaars hebben meer grijze stof in gebieden geassocieerd met emotieregulatie, zelfreflectie, leren, geheugenprocessen en het innemen van verschillende perspectieven. Zij presteerden significant beter tijdens een geheugentaak.

Na een aantal weken met meditatiesessies, nam de hippocampus toe in volume bij zowel mannen als vrouwen. De hippocampus ligt aan de binnenzijde van de slaapkwabben en zowel in de linker- als rechterhersenhelft ligt er één. Door de kenmerkende vorm wordt de hippocampus ook wel het zeepaardje genoemd. De hippocampus speelt een belangrijke rol bij het onthouden en leren van nieuwe informatie, maar ook bij het reageren op stimuli en het reguleren van emoties. Onderzoek toonde ook aan dat beoefenaars van meditatie zich beter konden concentreren en beter nieuwe informatie konden onthouden.

Windingen en groeven
Onze hersenen liggen met diepe vouwen in ons hoofd. De buitenste laag kent groeven, die sulci (enkelvoud: sulcus) worden genoemd. De verhogingen worden gyri (enkelvoud: gyrus) genoemd. Ook hier is een verschil tussen niet-meditatiebeoefenaars en meditatiebeoefenaars. De mate van gyrificatie, de plooiing van de cortex, hangt samen met mediteren. Dit houdt in dat er meer gyrificatie is bij meditatiebeoefenaars. De exacte implicaties van deze samenhang zijn nog niet nader onderzocht.

“RECENT ONDERZOEK TOONT AAN DAT MEDITATIE ZORGT VOOR PIJNREDUCTIE”

Pijn
Recent onderzoek toont aan dat meditatie zorgt voor pijnreductie. Meditatie wordt toegepast in programma’s voor chronische pijnpatiënten. Enkele hersengebieden, waaronder de thalamus, laten minder neurale activiteit zien als er wordt gemediteerd. De thalamus wordt gezien als een verbindingsstation waarin informatie van de zintuigen en ander hersengebieden naar de juiste gebieden wordt gestuurd. De thalamus speelt tevens een belangrijke rol bij emoties en aandacht en filtert welke informatie binnen en buiten het lichaam belangrijk is. De verminderde neurale activiteit wil daarom zeggen dat er minder pijn ervaren wordt. De onderzoekers concludeerden wel dat de mate van pijnreductie sterk afhankelijk is van het aantal jaren dat iemand mediteert en het type meditatie.

Hoewel meditatie een duidelijke verandering laat zien in verschillende hersengebieden, is meer onderzoek nodig om de onderliggende mechanismen in kaart te brengen. Dit betekent dat er een aantal interessante onderzoeken verwacht kunnen worden.

Geschreven door Leonie Brummer
www.scientias.nl/




woensdag 6 maart 2013

Hoe rijker, hoe minder compassie

We geven minder om anderen naarmate we rijker worden. Mensen met een hogere sociale status gedragen zich asocialer en tonen minder compassie dan mensen die minder aanzien of geld hebben, blijkt uit onderzoek van de universiteit van Californië in het Amerikaanse Berkeley.

Psycholoog Paul Piff ontdekte samen met een groep wetenschappers dat hebzucht rijkere mensen verblindt. De resultaten werden in februari in 'Proceedings of the National Academy of Sciences' (PNAS) gepubliceerd. Middels zeven verschillende onderzoeken keek het team naar de vraag of sociale klasse - gemeten door rijkdom, beroepsprestige, en onderwijs- invloed heeft op ethische kwesties.

Verkeer en wisselgeld
Zo werd het gedrag van bestuurders van dure auto's op een druk kruispunt bestudeerd. Mensen in luxe auto's hielden zich minder aan de regels dan bestuurders van auto's die goedkoper waren. Zowel mannen als vrouwen in luxe wagens sneden anderen vaker af. Ook stopten bestuurders van de dikke wagens beduidend minder vaak voor voetgangers bij een zebrapad dan de rest van het verkeer.

Nu zijn bestuurders van dure wagens wel eens vaker een doorn in het oog, dus ging het onderzoeksteam van Piff een stapje verder. Wat zouden deze rijkere automobilisten doen als ze bij een winkel stopten waar ze teveel wisselgeld terug zouden krijgen? De tests wezen uit dat de rijkere onderzochte groep eerder geneigd was om het geld te houden en niets te zeggen. Mensen met minder inkomen zouden het teveel gegeven geld eerder terug geven.

Leidt egoïsme tot welvaart?
Om erachter te komen of egoïsme tot welvaart leidt (in plaats van andersom), onderzocht het team van Piff het gevoel van sociale klasse. Deelnemers aan het onderzoek moesten een puur minuten lang zichzelf vergelijken met mensen die er financieel beter of slechter voor stonden dan zij. Vervolgens mochten ze uit een pot met snoep zoveel mee naar huis nemen als ze zelf wilden.

Ook werd hen verteld dat de overgebleven snoep uitgedeeld zou worden aan kinderen in een nabij gelegen ziekenhuis. Deelnemers die tijdens de test hadden overwogen hoeveel beter zij het hadden dan anderen, pakten aanzienlijk meer snoep uit de pot en lieten minder achter voor de kinderen.

In een ander onderzoek werd deelnemers gevraagd om naar twee video's te kijken terwijl hun hartslag op een monitor werd bekeken. De ene video ging over klussen en de andere ging over kinderen met kanker. Na het bekijken van beiden video's werd de deelnemers gevraagd hoeveel medelijden ze voelden tijdens het zien van de beelden.

Ook werden er vragen gesteld over de sociale achtergrond van de deelnemers door het onderwijsniveau en het inkomen van hun familie de bespreken.

De resultaten toonden aan dat deelnemers aan de onderkant van het spectrum, met minder inkomen en opleiding, vaker een gevoel van medelijden hadden tijdens het bekijken van de video over kankerpatiënten. Bovendien vertraagde hun hartslag tijdens het zien van de video over kanker, een reactie van het lichaam die geassocieerd kan worden met meer aandacht voor de gevoelens van anderen.

Vrijheid en onafhankelijkheid 
Uit alle onderzoeken van Piff en zijn team blijkt dat rijkere mensen zich minder herkennen in de emoties van anderen en de mensen waar ze mee te maken krijgen weinig aandacht schenken. Maar wat is hier de verklaring voor?

Waarom zouden rijkdom en status gevoelens van medeleven verminderen? Je zou denken dat een gebrek aan middelen eerder zou leiden tot egoïsme. Piff en zijn onderzoeksteam vermoeden dat het antwoord te vinden is in hoe overvloed ons een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid geeft. Hoe minder we moeten vertrouwen op anderen, des te minder houden we ons bezig hun gevoelens. En dit leidt tot een egocentrische houding.

Een andere reden is onze houding ten opzichte van hebzucht. Piff en zijn collega-onderzoekers ontdekten dat rijkere mensen eerder de neiging hebben om in te stemmen met het idee dat hebzucht te rechtvaardigen en moreel te verdedigen is. Hebzucht zou goed zijn. En dan blijft er weinig over van verantwoord ethisch gedrag of compassie.

Bron: Trouw.nl




maandag 18 februari 2013

PRI, de kunst van bewust leven

PRI (Past Reality Integration therapie) leert mensen zichzelf te bevrijden uit de greep van destructieve gevoelens en gedragingen zoals angst, somberheid, stress, boosheid en verslavingen. PRI beschouwt ze als afweren die dienen als bescherming tegen pijn uit het verleden. Door PRI worden we ons bewust van hoe en wanneer we in deze afweren verstrikt raken, en leren we hoe ze te ontmantelen. Dan zullen we steeds evenwichtiger en liefdevoller in het leven staan. Dat maakt, ook voor de kinderen om ons heen, een wereld van verschil.

Past Reality Integration therapie gaat ervan uit dat wij als volwassene, de wereld vaak zien door de bril van de afweermechanismen heen die we als kind hebben moeten ontwikkelen. Deze afweermechanismen zorgen ervoor dat we de pijn die ons als kind is aangedaan niet te hoeven voelen. Het zijn echter deze afweermechanismen die ons als volwassene het meest doen lijden omdat ze onze waarneming van het heden zo sterk vertekenen. Angst, somberheid, boosheid, overspannenheid en gebrek aan werkelijk contact, zijn én veroorzaken in het heden onze problemen.

PRI stelt zich ten doel ons te helpen toe te werken naar het bewust worden van de destructieve werking van deze afweermechanismen, naar het stoppen van de afweer en vervolgens naar het afbreken of ontmantelen ervan. Achter onze afweren schuilt de oude pijn die wij als kind hebben moeten verdringen omdat het toelaten ervan op dat moment zó pijnlijk zou zijn geweest dat we het niet zouden hebben kunnen verdragen. De situatie van het kind dat we waren was namelijk totaal anders dan die van de volwassene die we nu zijn: we waren klein, afhankelijk en overgeleverd aan anderen voor de zorg, liefde, warmte en begrip die we nodig hadden.

Daarin hadden we geen keuze: als onze ouders ons niet gaven wat we nodig hadden konden we niet weg en konden we geen andere ouders zoeken. Bovendien hebben jonge kinderen geen tijdsbesef. Dat betekent dat een situatie zoals gebrek aan liefde, onvoldoende aangeraakt worden of getroost worden als wij verdriet hadden, eindeloos leek te duren zonder dat er voor het kind dat we waren uitzicht was op verandering.

Door de afweer te ontmantelen en de oude pijn toe te laten kunnen we die pijn gaan voelen en zien voor wat hij is: oud, niet meer behorend bij nu, maar zeer pijnlijk en levensbedreigend geweest voor het kind dat we waren. We realiseren ons dan ten diepste dat het nu niet meer nodig is om ons via allerlei even pijnlijke afweermechanismen te beschermen tegen deze gevoelens. Het is voorbij. We zijn volwassen en niet meer afhankelijk van 1 of 2 personen die onze fysieke en emotionele basisbehoeften moeten vervullen. Als volwassene kunnen we dat nu zelf. We hebben altijd een keuze en we hebben tijdsbesef. Allemaal dingen die het kind dat we waren niet had en waardoor het in veel gevallen aan ondraaglijk lijden zou hebben blootgestaan, als het geen afweermechanismen zou hebben ontwikkeld.

Het doel van de PRI therapie is niet om oude pijn te voelen in de (valse) hoop die zo weg te werken. Het doel van een PRI therapie is om steeds meer ’afweervrij’ in het leven te kunnen staan. Ook als er nog afweer geactiveerd wordt, zullen we deze steeds sneller zelf herkennen en kunnen ontmantelen zodat we de destructieve werking ervan op ons dagelijkse leven opheffen. Dan kunnen we het heden ervaren voor wat het werkelijk is: meestal verrassend onbelast.

Zie ook: http://www.pastrealityintegration.com/