Posts tonen met het label Zelfonderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zelfonderzoek. Alle posts tonen

zondag 19 juli 2015

Moet ik een leraar hebben? (vervolg)

door EDEL MAEX 

Van gedachten wisselen is altijd verhelderend en verrijkend, ook als je het niet met elkaar eens bent. Na mijn blog over de vraag ‘Moet ik een leraar hebben?’ kreeg ik een lange en zorgvuldig doordachte repliek. Ik wou een even lang en doordacht antwoord geven, maar ik merkte snel dat ik niet verder kwam dan de allereerste basispremisse: dat er een pad is waarop iets bereikt moet worden, en waar de leraar zijn autoriteit ontleent aan het feit dat hij daarop verder gevorderd is dan de student. Het werd voor mij helder dat ik die premisse helemaal van de hand wees.


Vergelijk het met het bereiden van een maaltijd. Je kunt nauwgezet een recept volgen zoals het in de kookboek staat. Als je een ingrediënt mist, als er bij voorbeeld marjolein in de saus moet en je zit zonder dan kun je het recept niet maken of je moet snel naar de winkel om een nieuw potje.

Je kunt ook naar markt gaan en kijken wat vandaag goed van kwaliteit en prijs is, en in je keuken rondkijken welke kruiden je nog hebt en daarmee je maaltijd bereiken. Als je dan zonder marjolein zit, probeer je het eens met rozemarijn. Niet dat kookboeken daarmee obsoleet worden. Integendeel, recepten zijn de overgedragen wijsheid van oude meesters die je kunnen inspireren bij het bereiden van je eigen gerecht.

Sommige dingen in het leven doe je best volgens een voorgeschreven recept. Als je naar de dokter gaat dan hoop je dat hij volgens de regels van de kunst de diagnose stelt en een behandeling voorschrijft en dat het niet is van een snuifje hier en een snuifje daar, en ‘kijk wat ik hier nog in mijn la vind’. Een behandeling bij een arts vraagt soms onwaarschijnlijk veel vertrouwen. Je legt je leven letterlijk in de handen van de chirurg en je laat hem toe je te verdoven, in je lichaam te snijden en daarbij ernstige verwondingen aan te brengen. Dat allemaal in het volste vertrouwen dat dat het juiste pad naar genezing is.

Maar wat met het spirituele pad dat we gaan? Is dat een duidelijk uitgestippeld pad of is dat een heel persoonlijke weg? Moeten we de dharma zien als een nauwgezet na te volgen recept, of is de Boeddha een bron van inspiratie bij het bereiden van ons eigen recept? Is onze spirituele praktijk iets wat ons voorgeschreven moet worden of is het is het een heel persoonlijk pad, dat ons voert naar gebied dat nooit eerder in kaart is gebracht?

Het is een keuze. Sommige mensen kiezen voor een uitgestippeld pad. Ze geven zich in vol vertrouwen over aan iemand die daarbij de weg weet.

Dat is nooit mijn weg geweest. Ik ben vele mensen dankbaar voor de paden die ze mij getoond hebben. Ik heb mijn hart verloren aan de dharma. Maar het blijft onvervreemdbaar mijn weg, die ik zelf te gaan heb en die mij op onbekende paden brengt.

Ik neem daarbij de volle verantwoordelijkheid voor iedere stap die ik daarbij gezet heb. Ook voor de misstappen. Ook voor mijn eigen geklungel. Geklungel met op zich prima recepten waar ik niks van gebakken heb en geklungel met recepten die niet bleken te werken of zelfs ronduit schadelijk waren.

Het is een keuze en ik respecteer daarbij dat iemand andere keuzes maakt. Maar ook als je er voor kiest om je ego opzij te zetten en je leven in de handen van een leraar te leggen, is ook dat een keuze die je met je eigen ego maakt en ligt de verantwoordelijkheid voor die keuze uiteindelijk bij niemand anders dan bij jezelf .

Ik hoop uit de grond van mijn hart dat niemand mijn teksten ooit gaat lezen als na te volgen recepten. Maar als iemand er door geïnspireerd kan worden op zijn eigen pad, dan ben ik daar heel blij mee.

Zoals iemand uit onze groep in Antwerpen het aan het eind van een sesshin grinnikend samenvatte:

Hoe leeraarloos onze leraar ook is
We beloven naar zijn verhalen te luisteren
en nadien doen we ons goesting.
Wat mij betreft is dat de juiste spirit.

LEVEN IN DE MAALSTROOM blog




dinsdag 26 mei 2015

Moet ik een leraar hebben?

Door: Edel Maex

Waarom is het toch altijd zo moeilijk? Twee minuten voor ik de deur uitga om in onze zengroep een toespraak te houden over de vraag: ‘Moet je een leraar hebben?’ kijk ik, uit pure verslaving, nog even op het Boeddhistisch Dagblad en ik lees de open brief van enkele vipassanaleraren over het seksuele wangedrag van hun leraar. Actueler kan dus niet.

Het is een onderwerp waarover ik de voorbije maanden met veel mensen van gedachten gewisseld heb. Moet je een leraar hebben? En wat maakt iemand dan leraar? En wat maakt dat onderwerp dan zo gevoelig?

Op een manier is de vraag de moeite van het stellen niet waard. Als ik iets wil leren is het interessant om iemand te hebben die mij dat kan leren. Als ik appeltaart wil leren bakken kan ik iemand het recept vragen. Dan wordt die persoon mijn appeltaarleraar. Daarmee kan ik het uiteraard nog niet. Ik zal het mezelf vervolgens eigen moeten maken. Dat kan niemand in mijn plaats doen.

Waarom is dat in zen, en overal waar het over religie of spiritualiteit gaat, zoveel moeilijker? Spiritualiteit en religie zijn uiteraard veel kwetsbaarder dan appeltaart. Ik ken, behalve verliefdheid, niets wat iemand zo diep kan raken. Niet voor niets is in de minnemystiek de verliefdheid de ultieme metafoor voor de mystieke ervaring.

Er is ook niets wat iemand zo uit de bol kan doen gaan en alle redelijkheid en controle doen verliezen. Hadewychs brieven aan haar medezusters staan vol waarschuwingen. Het is een materie om met grote voorzichtigheid en respect te benaderen. ‘Fools rush in where angels fear to thread’, schreef een andere mysticus, William Blake.

Maar van waar het ‘moeten’ in de vraag? Ik kan mij voorstellen dat iemand graag appeltaart wil leren maken, maar ik heb nog nooit iemand ontmoet die vond dat hij appeltaart ‘moest’ kunnen maken.

In mijn werk als psychiater word ik dagelijks met ‘moeten’ geconfronteerd. Mensen die vinden dat ze moeten veranderen. Ik moet meer voor mezelf opkomen, minder negatieve gevoelens hebben, niet zo afhankelijk zijn van het oordeel van anderen … Mensen die het daarenboven maar normaal vinden dat iemand anders hen dat zegt. ‘Moet ik in therapie?’

De wereld van de psychotherapie zit vol moetens. Het vindt zijn oorsprong in de Freudiaanse psychoanalyse die eind 19de eeuw startte als een behandeling voor neurologische aandoeningen maar in de 20ste eeuw snel evolueerde naar een persoonlijkheidstheorie met een bijbehorend ideaalbeeld van de ‘gezonde’ persoonlijkheid, een ideaalbeeld waaraan geen mens kan voldoen. Het beeld van de mens die zijn blinde vlekken doorzien en geïntegreerd heeft, wiens libido ongehinderd en vrij door zijn lichaam stroomt, die autonoom zijn eigen beslissingen neemt.

Prompt is ieder van ons gestoord, neurotisch. Het erge is dat als we lijden, dat we dan denken dat het daar dus aan ligt. Als we maar aan dat bovenmenselijk ideaal konden beantwoorden, dan zouden we niet langer lijden. Wat is er toch mis met mij?

Lijden is onze condition humaine. Het is geen persoonlijk falen. Het leven houdt zich nu eenmaal niet altijd aan onze verwachtingen. Lijden vraagt zo mogelijk om een oplossing, indien niet mogelijk om een wijs omgaan met de onvermijdelijkheid ervan. Als we lijden gaan zien als een persoonlijk tekortschieten, zetten we onszelf in een uitzichtloze, machteloze, hopeloze positie.

In dat klimaat is het boeddhisme het Westen binnengekomen, met een nieuw ideaalbeeld, dat van de verlichting. Wat is het resultaat van een chemische reactie tussen een mateloos gevoel van tekortschieten en een onbereikbaar ideaal dat raakt aan het meest kwetsbare in ons? We herkennen bij een leraar iets waar we ten diepste naar verlangen. Prompt denken we dat we de bron van ons mateloos tekortschieten gevonden hebben en dat die leraar dat ideaal wel bereikt heeft… en we zijn verloren.

Een mooi Freudiaans woord voor een kenmerk van de verliefdheid is ‘Sexualüberschatzung’. Als je zelf verliefd bent, heb je dat niet door. Als iemand op jou verliefd wordt, waar je zelf niet van moet hebben, valt het meteen op. Wat ziet die in mij? Als je allebei verliefd bent ontstaat er iets ongelooflijk heerlijks tot …. tot de werkelijkheid zich weer aandient. Dan wordt het een zaak van elkaar weer als kwetsbare onvolmaakte mensen leren zien.

Hetzelfde kan gebeuren met een leraar. Het boeddhisme leent er zich ook een beetje toe. Door de afwezigheid van een God komt het hele gewicht op de leraar te liggen. In China of Japan wordt de abt van een klooster inderdaad symbolisch gezien als de levende belichaming van de Boeddha, doorheen een ononderbroken transmissie. Maar zoals een parochiaan hier vroeger wel doorhad dat de pastoor in het beste geval een brave mens was, maar zeker geen heilige, zo heeft de gemiddelde Aziaat door dat de abt wel symbolisch de Boeddha is, maar daarom nog niet verlicht.

Wat een kick moet het geweest zijn voor sommige Aziatische leraren, als ze tot de ontdekking kwamen dat hun studenten hen daadwerkelijk als verlicht zagen. Je zou het in navolging van Freud ‘Spiritualüberschatzung’ kunnen noemen. In de biografie van Shunryu Suzuki lezen we over de ontgoocheling van de Amerikaanse studenten die naar Japan trokken en merkten dat hun gevierde leraar daar niet als een grote verlichte meester gezien werd, maar als een onbetekenende plattelandspriester, met als bijnaam ‘kromme komkommer’. De verbijstering was totaal toen Suzuki kort voor zijn dood transmissie gaf aan Richard Baker, die wel een goede organisator was, maar die niemand kon zien als ‘verlicht’.

Maar een echte leraar kan toch mijn blinde vlekken aanwijzen, zei mij iemand onlangs nog. Natuurlijk kan hij dat. Iedereen die andere blinde vlekken heeft dan ik, kan blinde vlekken bij mij zien, en omgekeerd. Gewoon omdat we vanuit een ander gezichtspunt kijken. Dat is altijd leerrijk. Maar het is een wederzijds en algemeen fenomeen en niet specifiek voor de relatie tussen leerling en leraar.

Als het geen kwestie van moeten is, wat is het dan wel? Het is een kwestie van verlangen. Verlangen heeft een slechte pers. We hebben meer vertrouwen in moeten dan in verlangen. Maar als ik met mensen praat over wat ze echt verlangen, diep in hun hart, komen we steeds uit bij menselijke goedheid en schoonheid.

Het verlangen om iets te leren maakt de leraar. Of het nu een verlangen is naar appeltaart of een spiritueel verlangen, het is het verlangen van de leerling die de leraar leraar maakt en niet een instituut of transmissie of een andere autoriteit.

Maar, wierp iemand op, niet iedereen kan zich toch ook niet zomaar arts noemen. Daar is toch een speciale erkenning voor vereist. Is dat voor een leraar dan ook niet zo? Het is een interessante vergelijking. Een arts heeft veel kennis en expertise nodig om bij voorbeeld het juiste antibioticum voor te schrijven. Dat is duidelijk. Maar is onze spirituele weg iets wat ons moet voorgeschreven worden, of is het een pad dat we zelf kiezen vanuit ons eigen verlangen?

Vaak beginnen mensen met meditatie of met een andere praktijk tijdens crisisperiodes in hun leven. Dan zijn we bijzonder kwetsbaar. Als we dan, diep en authentiek geraakt, de leraar gaan overschatten brengen we onszelf in gevaar. Als de leraar dan al onze twijfels en wat er nog overblijft van onze kritische blik en ons gezond verstand, gaat duiden als ‘vasthouden aan het ego’ of ‘nog niet tot volledige overgave kunnen komen’, is de vicieuze cirkel rond.

Ik heb meegemaakt dat iemand die de mindfulnesstraining gevolgd had, bij een boeddhistische leraar terecht kwam. De meditatiebeoefening had hem diep geraakt en hij wilde op die weg verder gaan. Daar kreeg hij te horen: ‘Dit gaat veel dieper dan mindfulness. Ik kan je helpen, maar je moet wel exact doen wat ik je zeg’. Na enkele moeilijke maanden veranderde die boodschap in: ‘Je hebt toch te veel psychologische blokkades. Je zult eerst in therapie moeten’. Kun je je voorstellen hoe je dan door de grond gaat? Misschien kun je je ook voorstellen hoe ik door de grond ging toen ik dit verhaal hoorde, zeker als je beseft dat mindfulness helemaal draait rond mildheid, respect en waardigheid.

In de brief van de vipassanaleraren wordt gesproken over een ethische code voor leraren. Dat is zonder twijfel van groot belang. Maar als we de leerling alleen maar als slachtoffer zien, lopen we het risico de leerling alweer te infantiliseren. Waarom geen gedragscode voor leerlingen? Code is hier zeker een verkeerd woord. Misschien beter aanwijzingen of richtlijnen of waarschuwingen. Hoe kunnen we de leerling helpen om, zeker in heel kwetsbare ogenblikken, weerbaar te blijven?

Daarom zou ik wat we hier besproken hebben, willen samenvatten in vier algemene aandachtspunten voor de leerling:
  1. Wees er van bewust dat religie/spiritualiteit een bijzonder kwetsbare materie is.
  2. Het is het verlangen van de leerling dat de leraar maakt en niet omgekeerd.
  3. Overschat de leraar niet, maar laat je ook niet tegenhouden om te leren van iemand die niet perfect is. 
  4. Hou ten allen tijde de verantwoordelijkheid voor je eigen autonomie en integriteit.
Ik ben er van overtuigd dat een bona fide leraar daar alleen maar blij mee kan zijn.

Bron: Leven in de maalstroom




dinsdag 24 maart 2015

LEVEN IN DE MAALSTROOM; Is meditatie gevaarlijk?

Is meditatie gevaarlijk? De vraag duikt telkens opnieuw op, helaas vaak na een tragische gebeurtenis. Mensen die intensief of occasioneel aan meditatie doen gaan er onder door en niemand weet goed wat er moet gebeuren. Verschillende medtatietradities vinden hun oorsprong in Azië. Maar Westerlingen komen op een andere manier bij meditatie dan in Azië. Aziatische modellen blijken niet altijd te werken.

Deze tekst gaat niet over een concrete gebeurtenis, het gaat niet over een concrete groep of persoon. Hij probeert enkel een algemeen kader te schetsen waarbinnen deze vraag begrepen en beantwoord kan worden. Ik put hierbij uit mijn ervaring van 25 jaar meditatie en werken als psychiater.

Regelmatig maak ik daarbij gebruik van termen uit het boeddhisme, maar zonder mij hier tot deze traditie te willen beperken. Het is nu eenmaal het jargon waar ik het meest mee vertrouwd ben.

Wat is meditatie?
De term meditatie verwijst naar verschillende praktijken. Als iemand zegt: ik mediteer, dan heb je eigenlijk helemaal geen idee van wat die persoon doet. Dus voor we ons buigen over de vraag of meditatie gevaarlijk is moeten we eerste even kijken naar de verschillende mogelijke betekenissen van het woord en vervolgens stilstaan bij de vraag op welken manier deze al dan iet gevaarlijk kunnen zijn.

Het is onmogelijk een exhaustief overzicht te geven van alle praktijken die soms meditatie genoemd worden. Ik noem er hier een paar op zonder volledig te willen zijn en goed beseffend dat sommige categorieën elkaar overlappen.

Je kan de verschillende vormen van meditatie indelen door hun lichamelijke expressie.
  • Liggen, zitten, staan, lopen
We denken in de eerste plaats aan zittende oefeningen. Maar er zijn andere mogelijke lichaamshoudingen zoals liggen, staan en lopen.
  • Ritueel
Ritueel kan een heel meditatieve oefening zijn. Onlangs noemde iemand mindfulness als de kern van het boeddhisme ontdaan van alle ballast zoals rituelen. Maar een betekenisvol ritueel kan een heel zinvolle mindfulness-oefening zijn.
  • Zang
Gregoriaans, Orthodoxe zang, chanten van sutra’s in Pali of Sinojapans zijn allemaal mooie en diepgaande meditatieve praktijken.
  • Dans
In sommige tradities is dans de expressie bij uitstek van meditatie. Denken we maar aan het Soefisme en de dynamische meditaties van Osho.

Een andere mogelijke indeling van meditatiepraktijken is vanuit de notie van stoppen en kijken (samata-vipassana).

Sommige meditatievormen sturen in de eerste plaats aan op stoppen.

Bijvoorbeeld:
  • Relaxatietechnieken
  • Concentratietechnieken
  • Meditaties die gebruik maken van een mantra
In sommige meditatievormen staat het stopen in functie van vipassana (kijken).
Bijvoorbeeld:
  • Visualisatietechnieken
  • Concentratietechnieken waarbij de inhoud centraal staat zoals werken met betekenisvolle mantra’s of een koan.
  • Satipatthana waarbij mindfull (Sati) aandacht gegeven wordt aan het lichaam, de gevoelens, de gedachten ....
  • Shikantaza, waarbij de aandacht complet open is en geen enkel object nog uitgekozen wordt.
Het is maar en greep uit de haast onuitputtelijke schat van bestaande technieken. Geen enkele van deze technieken is de goede of de verkeerde. En geen enkele van deze technieken is in se gevaarlijk of ongevaarlijk. Alles hangt af van de manier waarop ze uitgevoerd worden.

Wat is gevaarlijk?
Het gaat dus om de manier waarop. Een eerste manier waarop deze oefeningen gevaarlijk kunnen zijn is lichamelijk.

Onoordeelkundig omgaan met meditatie kan je lichaam behoorlijk overbelasten, tot en met het oplopen van kwetsuren. Hoeveel meditatoren hebben niet hun knieën overbelast door koppig in een houding te blijven zitten die hun lichaam echt niet aankon. Door een slapende enkel zakken na te lang in lotushouding zitten is ook een klassieker. Te lang pijn verduren kan leiden tot syncopes.

Het is goed om voor ogen te houden dat de enige goede meditatiehouding een comfortabele houding is. Houdingen als de lotushouding zijn niet ontworpen om jezelf te kwellen maar juist om enige tijd onbeweeglijk te kunnen zitten zonder jezelf in de weg te zitten. Maar als je dat niet van kindsaf gewend bent is de kans groot dat je dat op later leeftijd niet meer lukt.

Meditatie kan ook tot uitputting leiden. Hoe vreemd het ook kan lijken: zelfs stilzitten is inspannend. Heel gevaarlijk is het wanneer je slaaptekort gaat opbouwen. Door slaapdeprivatie wordt iedereen, vroeg of laat, psychotisch. Het zou niet de eerste keer zijn dat dit op een intensieve meditatieretraite gebeurt.

Het achtste element van het achtvoudig pas is samma vayamo: de juiste inspanning. Dat wil zeggen niet te veel en niet te weinig. De Boeddha berispte de monnik Sona omdat hij zich te krampachtig inspande en hij maakte daarbij de vergelijking met de snaar van een sitar die om juist gestemd te zijn niet te hard en niet te slap mag gespannen worden.

Een tweede manier waarop deze oefeningen gevaarlijk kunnen zijn is psychisch. Ik wil dit aspect benaderen vanuit drie overlappende invalshoeken:

Psychisch geweld
Geweld is een term die steeds weer aan eenduidige definitie ontsnapt, zeker als we het hebben over psychisch geweld. Daarom val ik terug op een operationele definitie van geweld zonder daarbij definitieve geldigheid te claimen: Geweld is het geen bestaansrecht toekennen aan het perspectief van de ander.

Ieder kijkt naar de werkelijkheid vanuit een ander perspectief. Geen enkel perspectief is algemeen geldig. Als iemand er een visie op nahoudt die radicaal verschilt van de mijne kan ik proberen de ander aan mijn visie, als enig geldige, te onderwerpen. Dat betekent dat ik het perspectief van de andere geen bestaansrecht toeken. Of ik kan proberen het perspectief van de ander te erkennen, zonder ook mezelf aan dat perspectief te onderwerpen. Dit is de basis van dialoog.

Dit ligt ook vervat in de eerste bodhisattvagelofte: hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik beloof ze allen te bevrijden. Het is de meest fundamentele keuze die een mens in zijn leven te maken heeft: onderwerp ik de ander aan mijn behoeften, of leef ik in functie van het bestaansrecht van ieder levend wezen (dus inclusief mezelf).

Voor heel veel mensen is dit geen common sense. Veel mensen leven met het impliciete gevoel van pas bestaansrecht te hebben als ze aan deze of gene set van verwachtingen voldoen. Het psychisch geweld interioriseert zich. Ik mag pas bestaan als.... Je voelt je verdrietig en je verwijt jezelf, want je verdriet heeft geen bestaansrecht. Je ben angstig of boos en ....

Mensen gaan op zoek naar manieren om af te komen van wat ze niet zouden mogen zijn en te worden wat ze zouden moeten zijn. Zo komen ze ook bij meditatie uit. Meditatie wordt op deze manier een vorm van psychisch geweld. Meestal is dat een herhaling van het vanzelfsprekende psychisch geweld waarin ze opgegroeid zijn, zonder zelfs nog maar aan te voelen dat er iets niet klopt. Het is zo vanzelfsprekend. Nog erger wordt het als een leraar of groep hieraan meedoet. Mensen zetten zichzelf onder druk en laten zich onder druk zetten. De meditatieoefening is dan de voortzetting van het vanzelfsprekende maar ongenoemde psychische geweld dat er altijd al geweest is en een grote bron van lijden was, is en blijft.

Valse verwachtingen
Nauw hierbij aansluitend zijn alle valse verwachtingen en idealiseringen die bij de praktijk kunnen horen.
  • Idealiseren van de beoefening
Eindelijk ga ik verlost zijn van mijn angst, mijn pijn, mijn woede, mijn verdriet .... Vul in wat voor jezelf van toepassing is.
  • Idealiseren van de leraar
Eindelijk iemand die zegt wat goed is voor mij, wat ik moet doen .... Tot je ontdekt dat de leraar het zelf ook niet meer weet.
  • Idealiseren van de groep
Eindelijk het gezin dat ik nooit gehad heb .... Tot je ontdekt dat ook in deze groep van menselijke mensen alle dingen gebeuren die menselijkerwijze tussen mensen voorkomen.
  • Idealiseren van de andere beoefenaars
Kijk eens wat zij wel kunnen .... Tot je beseft dat zij niet meer of minder menselijk zijn dan jou.

Als deze valse verwachtingen kunnen vernietigend zijn en tot ondraaglijke desillusies lijden. Het is een grote verantwoordelijkheid van iedereen die op welke wijze ook meditatie aanleert aan anderen om zich hier ten volle van bewust te zijn.

Psychische pijn
Meditatie maakt dingen zichtbaar. Alles wat menselijkerwijze ervaarbaar is kan zichtbaar worden en daar kan ook veel pijn bij zitten.

Dit kan in grote lijnen op twee manieren:
  • Door aandacht te geven waar je eerder geen aandacht aan gaf 
Dit geldt vooral voor alle methodes die gebaseerd zijn op stoppen en kijken. Zolang je in de maalstroom van je leven doorraast lijkt er niet echt iets aan de hand... De drukte van je leven zorgt voor een soort bewustzijnsvernauwing waarin veel onzichtbaar blijft. Maar als je stopt, even uit de maalstroom stapt en kijkt ... kan het zijn dat je schrikt. 

Je kijkt naar je gedachten, je gevoelens. Je neemt contact met je ademhaling met je lichaam. Dat is niet zo vanzelfsprekend, voor niemand. Het is een ingrijpend proces. 

Zeker mensen die als kind in hun lichamelijke integriteit zijn aangetast, hebben vaak overleefd door bepaalde lichamelijk sensaties uit te sluiten. Als je in een meditatie-oefening je aandacht opnieuw bij je lichaam brengt, kunnen er herinneringen wakker worden die je lang vergeten was. Hetzelfde geldt voor je psychische integriteit.
  • Door contrast
Normaal is wat je gewend bent. Als je opgegroeid bent in een situatie van lichamelijk of psychisch geweld, ervaar je dat als maar normaal. Je schrikt als je merkt dat anderen dat niet normaal vinden. Soms komen mensen in een crisis als ze een liefdevolle partner ontmoeten. Dan pas merken ze dat wat tot dan maar normaal was, misschien niet zo normaal is. 

Dus ook door bij een goede leraar terecht te komen, in een groep van liefdevolle en respectvolle mensen, door een praktijk aan te vatten van liefdevolle aandacht voor jezelf, kan er heel veel zichtbaar worden.

Het is op zich niet verkeerd als door meditatie oude pijn opnieuw zichtbaar wordt, integendeel. Maar het is wel een groot probleem als je die pijn niet weet te bevatten. Dan wordt het gevaarlijk. Het is maar veilig als het vermogen om te bevatten (kshanti) groeit evenredig met wat vraagt om bevat te worden. 

Iemand vroeg ooit aan een bekende vipassanaleraar waarom hij aan een nieuw aangekomen studente enkel een samata-oefening (stoppen) gegeven had en geen instructie in vipassana(kijken) zoals anders. ‘Te veel pijn’, was het antwoord.

Meditatie is helend
Is meditatie gevaarlijk? Wel integendeel: meditatie is helend. Tenminste dat hoort het te zijn. Maar uit het voorgaande blijkt dat als je het kompleet verkeerd kan aanpakken en iets doen wat wel degelijk schadelijk is. Er wordt soms gezegd dat er in meditatie een ingebouwde veiligheid in zit waardoor niet meer naar boven komt dan je kan bevatten. Dat is waar, maar het veronderstelt dat je dat veiligheidsventiel dan ook in ere houdt.

Meditatie is maar helend als het een een act is van liefde (metta-karuna). Daarom spreken we van milde open aandacht.

Wat verlang je van iemand als je in pijn bent? Je verlangt begrip, nabijheid, je wil niet veroordeeld of afgewezen worden worden, niet iets moeten .... In ons verlangen weten we wat liefde is. En dat is meditatie: jezelf nabij zijn in je pijn, zonder moeten, zonder afwijzen, met mateloze mildheid. Meditatie betekent een einde maken aan het psychische geweld dat altijd al niet meer dan normaal was.

Meditatie is een act van liefde. Dan is het veilig. Dan is het helend. Dat betekent ook dat je je eigen weerstanden respecteert. Weerstand is de rem op de auto en het is is niet omdat je auto remmen heeft dat het een slechte auto is.

In de praktijk betekent dit dat je je aandacht brengt bij wat op de voorgrond staat en je jezelf niet dwingt om wat dan ook te voelen. Als je bang bent om je pijn te voelen ga je je niet door die angst door forceren om het toch te voelen. Nee je brengt je aandacht bij wat op de voorgrond staat: in dit geval bij de angst om te voelen. Het is belangrijk om je nooit te forceren en je nooit laten forceren.

Het kan niet genoeg herhaald worden. Mildheid, liefde (metta), mededogen (karuna) zijn hier de sleutelwoorden.

Je doet dit ook niet alleen. In het oudste boeddhisme wordt dit kalyanamittata genoemd. Het kan vertaald worden als: mooie vriendschap. Mittata is afgeleid van metta, liefde. Kalyanamittata slaat op de relatie tussen leraar en leerling, en tussen de leerlingen onderling.

De leraar wordt vaak kalyanamitta, goede vriend, genoemd. In de mahayanatraditie, in de Lotus Sutra, wordt gezegd dat de Dharma enkel van boeddha tot boeddha kan worden doorgegeven. De implicatie is dat ieder van ons in wezen een boeddha is. De leraar is maar een goede vriend als hij de leerling als een boeddha ziet en behandelt.

Kalyanamittata gaat ook over de groep van beoefenaars. Als de pijn te groot wordt, ben je niet alleen.

Zo creëer je een veilige ruimte in jezelf en om je heen, een ruimte die alles kan bevatten (kshanti), .

Besluit
Toen de studente die een samata-oefening gekregen had in plaats van een vipassana-oefening omwille van ‘te veel pijn’ daar achter kwam, reageerde ze hoogst verontwaardigd. Ze kwam niet om haar tijd te verdoen met een ‘minderwaardige’ oefening. Pijn of geen pijn, ze wou er voor gaan. Een typisch westerse reflex die de bal volkomen misslaat.

Het misverstand is te denken dat mildheid maar een anestheticum is voor meditatie. Maar mildheid (metta-karuna) is de essentie van de oefening zelf. In die zin zou ik de kern van dit betoog in één zin willen samenvatten:

Meditatie is de transformatie van pijn naar mededogen.

En die transformatie is niet iets wat je overkomt of wat je bereikt, het is iets wat je doet, nu.

Door: Edel Maex





vrijdag 13 maart 2015

Voluit leven

Mindfulness of de kunst van het aanvaarden, nu als praktisch hulpboek

Veel mensen ervaren hun leven als onbevredigend omdat zij last hebben van psychisch leed zoals angst, somberheid, onzekerheid of vermoeidheid. Pas als deze klachten zijn overwonnen kan ik met mijn leven beginnen, zo is de overtuiging. De strijd tegen deze klachten staat dan centraal in het leven.

Dit boek laat zien dat dit niet werkt en biedt een alternatief. Leed is onlosmakelijk verbonden met leven. Wanneer je dit aanvaardt stop je het dagelijks gevecht. Er ontstaat ruimte en energie om nu te doen wat je werkelijk belangrijk vindt. Dan leef je voluit en ervaar je voldoening.

De (zelf )hulpmethode in dit boek is gebaseerd op Acceptance and Commitment Therapy (ACT) en mindfulness. Het boek bevat een cd met mindfulness-oefeningen.



maandag 18 februari 2013

PRI, de kunst van bewust leven

PRI (Past Reality Integration therapie) leert mensen zichzelf te bevrijden uit de greep van destructieve gevoelens en gedragingen zoals angst, somberheid, stress, boosheid en verslavingen. PRI beschouwt ze als afweren die dienen als bescherming tegen pijn uit het verleden. Door PRI worden we ons bewust van hoe en wanneer we in deze afweren verstrikt raken, en leren we hoe ze te ontmantelen. Dan zullen we steeds evenwichtiger en liefdevoller in het leven staan. Dat maakt, ook voor de kinderen om ons heen, een wereld van verschil.

Past Reality Integration therapie gaat ervan uit dat wij als volwassene, de wereld vaak zien door de bril van de afweermechanismen heen die we als kind hebben moeten ontwikkelen. Deze afweermechanismen zorgen ervoor dat we de pijn die ons als kind is aangedaan niet te hoeven voelen. Het zijn echter deze afweermechanismen die ons als volwassene het meest doen lijden omdat ze onze waarneming van het heden zo sterk vertekenen. Angst, somberheid, boosheid, overspannenheid en gebrek aan werkelijk contact, zijn én veroorzaken in het heden onze problemen.

PRI stelt zich ten doel ons te helpen toe te werken naar het bewust worden van de destructieve werking van deze afweermechanismen, naar het stoppen van de afweer en vervolgens naar het afbreken of ontmantelen ervan. Achter onze afweren schuilt de oude pijn die wij als kind hebben moeten verdringen omdat het toelaten ervan op dat moment zó pijnlijk zou zijn geweest dat we het niet zouden hebben kunnen verdragen. De situatie van het kind dat we waren was namelijk totaal anders dan die van de volwassene die we nu zijn: we waren klein, afhankelijk en overgeleverd aan anderen voor de zorg, liefde, warmte en begrip die we nodig hadden.

Daarin hadden we geen keuze: als onze ouders ons niet gaven wat we nodig hadden konden we niet weg en konden we geen andere ouders zoeken. Bovendien hebben jonge kinderen geen tijdsbesef. Dat betekent dat een situatie zoals gebrek aan liefde, onvoldoende aangeraakt worden of getroost worden als wij verdriet hadden, eindeloos leek te duren zonder dat er voor het kind dat we waren uitzicht was op verandering.

Door de afweer te ontmantelen en de oude pijn toe te laten kunnen we die pijn gaan voelen en zien voor wat hij is: oud, niet meer behorend bij nu, maar zeer pijnlijk en levensbedreigend geweest voor het kind dat we waren. We realiseren ons dan ten diepste dat het nu niet meer nodig is om ons via allerlei even pijnlijke afweermechanismen te beschermen tegen deze gevoelens. Het is voorbij. We zijn volwassen en niet meer afhankelijk van 1 of 2 personen die onze fysieke en emotionele basisbehoeften moeten vervullen. Als volwassene kunnen we dat nu zelf. We hebben altijd een keuze en we hebben tijdsbesef. Allemaal dingen die het kind dat we waren niet had en waardoor het in veel gevallen aan ondraaglijk lijden zou hebben blootgestaan, als het geen afweermechanismen zou hebben ontwikkeld.

Het doel van de PRI therapie is niet om oude pijn te voelen in de (valse) hoop die zo weg te werken. Het doel van een PRI therapie is om steeds meer ’afweervrij’ in het leven te kunnen staan. Ook als er nog afweer geactiveerd wordt, zullen we deze steeds sneller zelf herkennen en kunnen ontmantelen zodat we de destructieve werking ervan op ons dagelijkse leven opheffen. Dan kunnen we het heden ervaren voor wat het werkelijk is: meestal verrassend onbelast.

Zie ook: http://www.pastrealityintegration.com/


donderdag 17 mei 2012

Leer Ons Stil Te Zitten

Een Scepticus Zoekt Zin En Gezondheid

Leer ons stil te zitten is het bijzonder onderhoudende verhaal van Tim Parks' zoektocht naar genezing.

Wanneer Parks wordt gekweld door pijn die niemand lijkt te kunnen verklaren of verhelpen, wordt hij gedwongen een paar harde waarheden over de relatie tussen lichaam en geest, over onze hectische samenleving en over zijn schrijverschap onder ogen te zien. Na een vruchteloze gang langs de loketten van de traditionele geneeskunde vindt hij tot zijn eigen verbazing verlichting in het doen van ademhalings- en ontspanningsoefeningen. Uiteindelijk komt hij zelfs uit bij meditatie, en dit was wel het allerlaatste wat Parks verwachtte.

Gaandeweg rijzen bij Parks vragen over het effect van ziekte op het werk van geliefde schrijvers, over de rol van religie als vormende kracht bij de ontwikkeling van ons zelfbeeld, en over de invloed van sport en kunst op onze ideeën over gezondheid en welbevinden.

Iedereen krijgt op enig moment met ziekte te maken – weinigen zullen die ervaring met zo veel elan, inzicht en intelligentie kunnen beschrijven als Tim Parks.

In dit boek doet de bekende Britse, in Italie wonende schrijver van romans als 'Europa' en 'Buiten bereik'* uitgebreid verslag van zijn zoektocht naar een oplossing voor zijn onverklaarbare bekkenpijn en plasproblemen. Hij ondergaat een reeks onderzoeken; zijn weigering om zonder duidelijke medische indicatie een operatie te ondergaan leidt tot het volgen van alternatieve behandelingen.

Hij vindt soelaas bij een Amerikaans zelfhulpboek, shiatsumassage, maar vooral bij Vipassana-meditatie door John Coleman. De hoofdmens Parks wordt meer en meer een ervaringsmens, die beter kan omgaan met zijn eeuwige nerveuze verzet tegen autoriteit en dogma's (zijn vader was predikant).

Het interessante is dat het boek bovendien een reflectieve meditatie is op zijn leven. Zijn steeds veranderende interpretatie over bijvoorbeeld de koppeling tussen lichaam en geest koppelt hij aan Velazquez' schilderij De Waterverkoper en aan schrijvers als Coleridge, Lawrence, Beckett en Robert Walser. Zijn herkenbare angsten, twijfels en hoop worden eerlijk, humoristisch en prettig leesbaar gepresenteerd.




zaterdag 12 mei 2012

Dieper nadenken...

Het onderzoeken van je geest is de weg naar geluk.

Door: Lama Thubten Yeshe

De ene dag lijkt de wereld prachtig, de volgende dag afschuwelijk. Hoe komen we daarbij? Wetenschappelijk gezien kan de wereld niet zo radicaal veranderen. Die schijn wordt gewekt door de geest. Dit is geen religieus dogma - ik heb het niet over geloof; ik heb het over de manier waarop we ons dagelijks leven leiden en die die op- en neergaande beweging veroorzaakt. Niet de anderen, niet onze omgeving verandert zo radicaal - dat doet onze geest. Wat iemand ziet, is slechts de projectie van zijn eigen geest op de zintuiglijke wereld. Als je je eigen psyche niet kent, kun je negeren wat er in je geest omgaat, totdat hij instort en je je verstand verliest. Mensen worden gek door gebrek aan innerlijke wijsheid. Ze hebben zelf geen verklaring voor hoe ze zijn; ze kunnen niet met zichzelf praten. Daarom zijn ze voortdurend bezig met alles buiten henzelf, terwijl van binnen hun geest dieper en dieper inzakt, totdat hij ten slotte te gronde gaat. Onderzoek je eigen mentaliteit. Wees je eigen therapeut. De geest is zeer machtig en heeft dus behoefte aan strakke leiding. Een krachtig straalvliegtuig heeft een goede piloot nodig. De piloot van je geest zal de wijsheid moeten zijn die hem doorgrondt. Dan ben je in staat al je mentale energie in te zetten ten behoeve van je leven in plaats van die de vrije loop te laten als een dolle olifant.

Je bent intelligent; je weet dat materiële dingen alleen je niet kunnen bevredigen, maar om je eigen geest te onderzoeken, is het niet nodig een soort emotionele pelgrimsreis te ondernemen. Sommige mensen denken dat een dergelijke zelfanalyse iets spiritueels, iets religieus is. Je hoeft jezelf geen volgeling van deze of gene religie of gezindte te noemen. Je kunt zeggen: 'Ik wijs alles wat oosters is af' - prima. Maar kun je ook jezelf afwijzen? Je kunt je eigen geest niet afwijzen. Dus ga wijs met jezelf om en probeer de ware bron van bevrediging te vinden. Als je gelukkig wilt zijn, moet je bij jezelf nagaan hoe je je leven leidt. Je geest is je geloof. Je eigen geest onderzoeken doe je niet door rationalisatie of dwang. Ontspan je. Schrik niet als zich problemen voordoen, maar besef dat ze er zijn en waar ze vandaan komen, waar hun wortels liggen. Maak het probleem helder voor jezelf: 'Hier heb ik een bepaald probleem. Hoe heeft het tot een probleem kunnen worden?' Als je dat grondig nagaat, zal het probleem vanzelf verdwijnen. Simpel, vind je niet? Als kind was je verzot op ijs, chocola en taart, je smachtte ernaar en je dacht: 'Als ik later groot ben, zal ik zoveel ijs, chocola en taart hebben als ik maar wil. Dan zal ik gelukkig zijn.' Nu heb je alle ijs, chocola en taart die je maar hebben wilt, maar je vindt er niets aan. En omdat je niet gelukkig bent, besluit je om een kat te nemen, een huis, een televisie, een man of vrouw - dan zul je gelukkig zijn. Nu heb je alles, maar je auto vormt een probleem; je huis vormt een probleem, je man of vrouw is een probleem, je kinderen zijn een probleem. Je beseft dat het allemaal geen voldoening schenkt. Naar mijn opvatting ben je verdwaald geraakt - je weet de weg in de stad, de weg naar huis, je weet waar de chocola te koop is, maar toch ben je verdwaald - je reisdoel blijft onvindbaar. Ga eens eerlijk na - klopt dat of niet?

Wat is dan die voldoening die je zoekt? Wel, je hoeft alleen maar te weten wat je bent, hoe je in het leven staat. Je hoeft niets te geloven, je hoeft alleen je eigen geest te verstaan - te begrijpen hoe hij werkt, hoe gehechtheid en verlangen ontstaan, hoe onwetendheid ontstaat en waar gevoelens vandaan komen. Het is voldoende die dingen te doorgronden. Alleen dat al kan geluk en gemoedsrust schenken. En daarmee kan je hele leven veranderen - alles wordt op zijn kop gezet. Wat je ooit hebt beschouwd als afschuwelijk, kan iets heerlijks worden. Kijk eens dieper naar de zin van het leven. Waarom ben je hier? Om aardig gevonden te worden? Om beroemd te worden? Om bezit te vergaren? Om aantrekkelijk te zijn voor anderen? Onderzoek jezelf grondig en je zult tot het besef komen dat je, door een heel leven lang het geluk te zoeken in ijs en chocola, volledig tenietdoet wat het betekent om als mens geboren te zijn. Vogels en honden hebben ook zulke doelen in het leven. Zou ons doel in het leven niet hoger moeten zijn dan dat van een hond of kip? Als je je eigen geest terdege onderzoekt, zul je niet langer anderen de schuld van je problemen geven. Je komt tot het besef dat je verwrongen handelen voortkomt uit je eigen ontaarde, verdwaalde geest. Als je geheel geconcentreerd bent op materiële dingen buiten jezelf, zul je die dingen en andere mensen de schuld geven van je problemen. Door dat verwrongen beeld te projecteren op de buitenwereld, maak je jezelf ongelukkig. Naarmate je gaat beseffen hoe verwrongen je wereldbeeld is, leer je ook je eigen geest te doorgronden en eens en vooral een eind te maken aan je problemen.

Is dit alles nieuws voor je? Welnee. Telkens wanneer je aan iets begint, denk je erover na en neemt dan een besluit. Dat doe je ook nu al. Ik vertel je niets nieuws. Het verschil is alleen, dat je het niet grondig genoeg doet. Je moet dieper nadenken. Dat betekent niet dat je in een hoekje moet gaan zitten navelstaren - je kunt je geest doorlopend onderzoeken, ook wanneer je met anderen praat of samenwerkt.




zondag 29 april 2012

Als je verlicht wilt worden, neem dan je schaduw mee...

Verdriet, angst en wanhoop: hoe je negatieve emoties verandert in positieve ervaringen.

Door: Miriam Greenspan

Een mens raakt niet verlicht door aan lichte figuren te denken,’ heeft psychiater Carl Jung eens gezegd, ‘maar door zich van de duisternis bewust te maken.’ Jung, de bedenker van het psychologische begrip ‘schaduw’ — de onwelkome delen van onszelf die we voor het bewustzijn verborgen houden — voegde daar scherpzinnig aan toe: ‘Het is alleen geen prettig proces en daarom niet erg geliefd.’

In een cultuur waarin we gewend zijn aan snelle oplossingen voor het minste gevoel van onbehagen, zal niemand het aantrekkelijk vinden verlichting te zoeken via duisternis. Zo is het opvallend dat de positieve psychologie boven aan de populariteitslijsten van de psychologie staat — en dat terwijl de bedreigingen voor de aarde alleen maar groter en ernstiger zullen worden. Nu angst, depressie, verslaving en tal van andere emotionele stoornissen epidemische vormen beginnen aan te nemen, lijkt de positieve psychologie met haar nadruk op prettige emoties een uitstekende remedie voor al onze kwalen. En daarbij helpt ze vaak ook bij minder ernstige vormen van emotioneel leed.

Maar er zijn momenten waarop ‘positief blijven’ niet werkt en we door tegenslag worden gedwongen aandacht te schenken aan donkerdere problemen die we liever vermijden of ontkennen. Op die momenten laten de verborgen zorgen zich nauwelijks meer door een opgewekte glimlach verdoezelen. De schaduwemoties worden alleen maar groter door alle pogingen ze te onderdrukken. Vroeg of laat zullen de onaangename emoties de kop op steken.

De ergste onaangename emoties — die het meeste leed veroorzaken, het moeilijkst te verwerken zijn en ons de meeste last geven als we ze niet kunnen verdragen — zijn verdriet, angst en wanhoop, de donkere emoties zoals ik ze noem. Deze donkere emoties — de universele kenmerken van onze gevoeligheid voor verlies, pijn, ziekte, dood, onzekerheid en geweld — zijn onwelkome gasten, maar ze zijn net zo onlosmakelijk met het mensenleven verbonden als liefde, blijdschap en verwondering.

Verdriet krijg je door het besef dat je weliswaar niet alleen bent, maar dat datgene wat je met anderen verbindt, ook je hart kan breken. Volledig doorleefd verdriet brengt als onverwachte beloning een gevoel van dankbaarheid voor de verloren geliefde en voor het leven.

Hoewel angst vaak wordt beschouwd als een rem op het handelen, is het tegendeel waar: angst waarschuwt voor gevaar en dwingt je tot handelen om je leven te redden. Je kunt je vermogen om te genieten vergroten door bewust contact te zoeken met de angst en het bijbehorende gevoel van kwetsbaarheid te accepteren.

Ook wanhoop — een eenmalige emotie, in tegenstelling tot depressiviteit, die chronische, vastgeroeste wanhoop is — heeft een functie. Door wanhoop, een blijk van het typisch menselijke zoeken naar betekenis, word je opgewekt om illusies door te prikken, de ziel te genezen en de zingeving te zoeken die je in moeilijke tijden tot steun kan zijn. De welverdiende beloning na een reis door de donkere nacht van de wanhopige ziel is een sterker, veerkrachtiger geloof in het leven.

Natuurlijk beleeft niemand verdriet, angst en wanhoop in eerste instantie op die manier. Dacht u de laatste keer dat u zich verdrietig, bang of wanhopig voelde: wat menselijk en moedig van me om me van deze duisternis bewust te worden? Of juist: waarom zit ik zo in de put en ben ik zo zwak en ellendig?

In onze cultuur worden de donkere emoties als symptomen van verzwakking en ziekte beschouwd in plaats van de donkerdere tinten in ons veelkleurige emotionele palet. We noemen ze negatief, maar dat zijn ze niet: wij staan er alleen negatief tegenover. De angst voor en de verwaarlozing van emoties in het algemeen en zogenaamd negatieve emoties in het bijzonder zijn aspecten van wat ik emotiefobie noem. Wanneer we de donkere emoties geen recht doen, zullen ze zich door hun sterke effect uiteindelijk in verwrongen, irrationele en destructieve vormen manifesteren, zoals verslaving aan alcohol, drugs, seks, winkelen of het internet, chronische depressiviteit, angsten en fobieën of emotionele afstomping, of de neiging tot zelfdestructief of gewelddadig gedrag. Deze emotionele kwalen van onze tijd zullen verder uit de hand lopen naarmate we de donkere emoties dieper wegstoppen in het vuilnisvat in de schaduw van ons bewustzijn.

Bij het buffet van menselijke emoties zijn we allemaal kieskeurig en pikken we alleen de lekkere, lichte hapjes eruit. Maar het leven vindt altijd een weg om ons onze portie verdriet, angst en wanhoop voor te schotelen van de donkere kant van de tafel. De vraag is: kunnen we ons laten voeden door de dingen die ons tegenstaan?

Of een donkere emotie destructief of transformatief uitpakt, hangt af van de vraag of we kunnen doen wat Jung voorschrijft: je van de duisternis bewust maken. Emotionele aandacht — het vermogen om volledig bewust te blijven van en contact te zoeken met onwelkome emoties die zich in het lichaam manifesteren — is essentieel voor emotionele alchemie, het proces waarbij het lood van onze ergste gevoelens wordt omgezet in het goud van spirituele kracht en wijsheid.

Toen mijn eerste kind, Aaron, werd geboren, kon hij niet zuigen of slikken en hij overleed zesenzestig dagen later in mijn armen, zonder ooit het ziekenhuis te hebben verlaten. Niemand begreep het, de artsen al helemaal niet. Tijdens mijn zwangerschap was er geen vuiltje aan de lucht geweest. Op de een of andere manier had Aaron voor zijn geboorte zuurstofgebrek gehad. Ik had verwacht op de roze wolk van het nieuwe moederschap terecht te komen, maar het liep onverwachts anders en ik viel in een diepe put van verdriet.

Elke dag van Aarons leven wist ik dat het mijn laatste dag met hem kon zijn. Langzaam drong het tot me door dat ik alleen het moment zelf had om zijn moeder te zijn en van hem te houden. Mijn verdriet en mijn vreugde bij het zien van Aaron waren nauw met elkaar verweven, en als ik bij hem was, moest ik beide accepteren. Op die manier werd Aaron mijn zenmeester, die me leerde met aandacht te leven, ondanks mijn kwetsbaarheid.

Ik zocht destijds geen spirituele waarheden en was niet gelovig, maar ik was maatschappelijk betrokken en agnostisch. Wat er op de dag van Aarons begrafenis gebeurde, had ik dan ook nooit verwacht. Terwijl ik een handje aarde op Aarons kistje liet vallen nadat het in het graf was geplaatst, hoorde ik een stem zeggen: ‘Je kijkt op de verkeerde plaats.’ Ik keek op en zag Aarons geest, een uitvergrote en stralender variant van het licht dat ik in zijn ogen had gezien, en zijn geest zei dat het goed was. Het troosteloze landschap van verdriet maakte plaats voor een wijds uitzicht op onbegrensde blauwe luchten.

Ik heb van Aaron van alles geleerd waar ik vroeger nooit voor open had gestaan: dat de geest het lichaam overleeft, dat liefde sterker is dan de dood en dat de wereld vol is van het heilige — ook op een begraafplaats waar je je kindje te ruste legt. Zijn zegen bestond uit een geschenk van altijd durende dankbaarheid voor zijn permanente aanwezigheid in mijn leven en voor het leven zelf.

In de 35 jaar dat ik nu psychotherapeut ben, heb ik het voorrecht gehad duizenden mensen te mogen begeleiden op hun reis door de woelige wateren van verdriet, angst en wanhoop, en hen te helpen de verrassende beloning van die reis te ontdekken. Toen Diane bij me in therapie kwam, was ze ontevreden en moe. ‘Mijn man behandelt me als een seksslavin,’ zei ze, ‘en dat is helemaal niet zo sexy als het misschien klinkt.’ De eerste jaren van hun huwelijk was zij net zo dol op seks als Dick, maar hoe minder haar verlangen werd, hoe veeleisender Dick werd. Hij verwachtte van haar dat ze altijd beschikbaar was als hij dat wilde, ongeacht haar eigen behoeften en gevoelens. In zeventien jaar huwelijk had Diane zich erop ingesteld hem te behagen en de bevrediging van haar man boven haar eigen belangen gesteld. Intussen had zich diep vanbinnen een verzet ingegraven, dat zei: ik ben hier niet alleen om jou te behagen. Ik ben hier niet alleen om jou te dienen. Ik verdien een relatie waarin jij ook de moeite wilt nemen om mij te behagen.

Omdat ze zich niet toestond zoiets te denken — laat staan hardop te zeggen — nam haar verzet de vorm aan van afkeer van seks met hem. Met tegenzin stemde Dick ermee in om met haar in relatietherapie te gaan. Maar hij had weinig geduld. Hij wilde dat zijn vrouw even snel werd genezen. Na een maand of zes kondigde hij zijn besluit aan, zonder overleg met Diane: ‘Ik kap ermee, we gaan uit elkaar.’

Vanaf dat moment bestond Dianes therapie voornamelijk uit werk aan haar verdriet en wanhoop vanwege het mislukte huwelijk. Ze zag zichzelf als in een donkere tunnel. Op mijn aanraden gaf ze zich toestemming de tunnel te verkennen en niet al te snel naar de uitgang te vluchten. Haar beeld van zichzelf als gevangene in die donkere, benauwde ruimte veranderde langzamerhand. Het verstikkende gevoel onder de drek begraven te zijn verdween en de tunnel werd wijder, een omgekeerde trechter. Daarna veranderde de tunnel in een soort geboortekanaal.

Diane bracht zichzelf via dit kanaal ter wereld. Haar geboorte bracht een verandering van haar zelfbeeld mee. De verlegen, zichzelf wegcijferende ‘muis’ met de drang om te behagen veranderde in een waarachtiger beeld van wie ze was: een vriendelijke, meelevende en waardige vrouw die in haar wijsheid verlangde naar wederkerigheid in relaties.

Door bewust in de donkere tunnel van haar wanhoop te blijven was Diane niet alleen begraven, maar ook herboren. Toen ze zich niet langer het slachtoffer van Dick voelde, begon ze in te zien dat zijn vertrek, met alle ellende van dien, haar door deze nauwe doorgang had geholpen naar een onwankelbaar geloof in haar leven en haar vermogen om lief te hebben.

Jenny was doodsbang voor diep water. Ze raakte in paniek bij het idee een duik in zee te nemen. Ook de verkenning van de woelige wateren van haar innerlijk leven durfde ze niet aan. Tijdens de therapie ontdekte Jenny het verband tussen deze twee soorten angst en haar angst voor haar vader, die de kinderen had opgevoed zoals een sergeant zijn peloton drilt. Iedereen werd geacht de ‘familienaam’ eer aan te doen door geen angst toe te laten of emoties te tonen. Wie daaraan niet kon voldoen, werd stelselmatig vernederd, met name Jenny, het ‘watje’ van de familie.

Jenny vond dat ze haar angst moest ‘loslaten’ en vroeg mij om hulp. ‘Goed’, begon ik. ‘De eerste stap is de angst toelaten — jezelf er niet om veroordelen en ook niet proberen er iets aan te veranderen.’ Jenny vond het geen geweldig idee. Ik denk dat ze mij ook een beetje een watje vond.

Pas na maanden was ze zover dat de emotionele alchemie kon beginnen: een nieuwe functie geven aan haar angst. Haar doel was niet meer de angst te laten verdwijnen door zich te vermannen en een masker van onkwetsbaarheid te dragen, maar de angst doorvoelen en er niet voor weglopen. Dat voelde aanvankelijk als ‘in de emotie wegzinken’ en verdrinken. Om haar te helpen de verdrinkingsmetafoor te herzien, beschreef ik haar voornemen om in contact te komen met deze emotie als een moedige daad. Jenny’s fobie was ontstaan doordat ze haar angst had bestreden. Misschien kon ze de fobie verhelpen door te leren met angst te zwemmen in plaats van de angst onder water te duwen.

De tweede stap was de waarde te erkennen van de emotie die in haar familie altijd als iets verwerpelijks was afgeweerd en onderdrukt. Jenny herhaalde de uitspraak — al geloofde ze er op dat moment nog niet in — dat angst een aanvaardbare menselijke emotie is.

In stap drie moest ze het angstgevoel gaan verdragen in plaats van er in paniek voor weg lopen zodra het bovenkwam. Deze stap noem ik ‘beleving’ om te benadrukken dat emoties voelbare energieën in het lichaam zijn. Veel mensen verwarren hun gedachten en overpeinzingen met gevoelens omdat ze de beleving van emotionele energie in het lichaam niet kennen, laat staan die energie kunnen laten stromen.

Bij de vierde stap, contextualisering, moest Jenny haar aandacht voor angst in haar lichaam uitbreiden naar de angst in de context van haar familie. De familiecultuur van ontkenning van angst, die dagelijks werd versterkt door de meedogenloze houding van haar vader tegenover iedere blijk van emotie, was er de oorzaak van dat Jenny zichzelf zag als een hopeloze lafaard, die geen respect of liefde waard was. Toen Jenny zich van deze context bewust werd, kwam de openbaring: ze was de ‘draagster’ van emotie voor het gezin en werd daarvoor gestraft. Maar ze hoefde zichzelf niet te straffen. Eindelijk hoefde ze zichzelf niet meer te verwijten dat ze een ‘watje’ was.

De vijfde stap was de ‘weg van niets doen’. Onder psychologen heet dit het opbouwen van affecttolerantie. Jenny had zichzelf een doel gesteld: Long Pond op Cape Cod overzwemmen, als het ultieme bewijs dat ze van haar fobie was ‘genezen’. Ik leerde haar hoe ze zichzelf in het water kon voorstellen en bewust door de opkomende angst heen ademde. Het duurde lang voordat ze klaar was voor de zesde stap: ‘de weg van doen’. Wat haar te doen stond, was duidelijk voor Jenny, zoals vaak bij mensen met een fobie: datgene doen waar ze bang voor was.

Jenny is inderdaad over Long Pond gezwommen, voortdurend vergezeld van de angst. Ze was bang dat dit betekende dat ze de fobie toch niet had overwonnen en was verbaasd toen ik zei: ‘Dat is nou moed: de angst voelen in plaats van bestrijden, en je er toch niet door laten weerhouden. Je hoeft nu alleen maar met je angst mee te blijven zwemmen en dan zul je zien dat de angst verandert, en jij daarbij.’

Een jaar later kreeg ik een kaart van Jenny waarin ze schreef dat ze mijn advies had opgevolgd. ‘Ik voel me voor het eerst van mijn leven vrij,’ schreef ze, ‘niet alleen om te zwemmen, maar ook om in het diepe te genieten en mezelf te waarderen!’ Het kaartje was ondertekend met ‘Geen watje meer, Jenny’.

Jenny had de zevende stap van emotionele alchemie zelf ontdekt: overgave. Door met haar angst mee te zwemmen had ze zich ervoor opengesteld en haar volledige scala aan emotionele gevoeligheden herwonnen. De beloning van deze reis was het plezier dat ze voortaan aan het water en zichzelf beleefde.

Niets is zo heel als een gebroken hart,’ zei de joodse wijze Menachem Mendle. ‘Het donker heeft zijn eigen licht,’ schreef de dichter Theodore Roethke. Filosoof Albert Camus formuleerde het weer anders: ‘Midden in de winter vond ik in mezelf een onoverwinnelijke zomer.’

De kunst van emotionele alchemie is misschien wel het best te begrijpen via poëzie. De donkere emoties hebben een intelligentie en transformerende kracht die in onze emotiefobische cultuur tamelijk onbekend is. Om deze alchemie mee te maken, zijn drie zaken onontbeerlijk: je moet aandacht hebben voor emoties, contact maken met de emotionele energie van het lichaam en je overgeven aan de stroming van die energie — ook al is die zo langzaam dat er geen beweging in lijkt te zitten.

Het is een in wezen niet—lineair, vaak chaotisch proces, waarvan ik met de zeven stappen in de geschiedenis van Jenny een systematische beschrijving heb willen geven. In alle verwarring van verdriet, angst of wanhoop kan het gevoel optreden dat het allemaal ‘nergens toe leidt’ en kan de daarbij opgeroepen angst ertoe leiden dat het proces wordt afgebroken. Daarom is het vermogen tot overgave misschien wel de moeilijkste en meest cruciale stap van allemaal. Het is het heilige of spirituele aspect van de dans van donkere emoties: erop vertrouwen dat datgene wat aanvoelt als emotionele chaos creatief en doelgericht kan zijn, als we ons eraan overgeven dat we niet weten waar we uitkomen.

Creatief werk en bidden zijn twee goede manieren om je over te geven zonder dat er een specifiek talent of geloof voor nodig is. Zing op je verdriet, dans op je wanhoop, speel met je angst. Zing, schrijf, schilder: iedere open vorm van creativiteit is een daad van overgave die buiten het verstand om gaat. Daar kun je het bijzondere, intuïtieve geschenk van de emoties vinden en er vervolgens op leren vertrouwen, ook als ze pijn doen.

En iedereen kan bidden, op een eenvoudige manier, vanuit het hart. De drie basisgebeden komen hierop neer: help me, bedankt, en ik geef me over. Er is geen godsdienstige overtuiging voor nodig om hulp te vragen uit een bron of kracht buiten je gewone ego, of om dankbaarheid uit te drukken voor wat je in je leven hebt gekregen. Of om de kunst van openhartige overgave te beoefenen door ‘Het zij zo’ te zeggen als je liever zou roepen: ‘Nee!’

Wanneer je hart is gebroken, staat het het meest open. Dankzij die openheid kun je genezen. Zo vind je verlichting in de duisternis. Of zoals Leonard Cohen zong: ‘Overal zit een barstje in, daar breekt het licht doorheen.’


Miriam Greenspan is een Amerikaanse psychotherapeut en auteur van Genezen door te leven: De helende kracht van onze duistere emoties.



dinsdag 28 februari 2012

Het lotus effect

schud je ego af en ontdek je ware zelf

Geslacht, leeftijd, beroep, status, maar ook je acties, gevoelens, lichaam en gedachten: allemaal feiten die iets over jou zeggen, maar helemaal niets betekenen als het gaat om wie je werkelijk bent. Ons ego staat in de weg van wie we echt zijn en Somov laat in Het lotus effect zien hoe je laag voor laag je ego af kunt pellen om je ware identiteit te ontdekken. Net als een lotusbloem kun je leren om 'vuil en modder' van je af te laten glijden en zelf schoon en zuiver te blijven.
Recensie(s)

De lotusbloem is zo waterafstotend dat alle vuil er vanaf spoelt. Ontstaan uit de modder, blijft zij onaantastbaar zuiver. Dit boek gaat over een manier om tot je zuivere, ware zelf te komen. Het 'vuil' is de informatie die iets over je vertelt, maar niets zegt over je essentie. De auteur beschrijft systematisch en met voorbeelden en oefeningen hoe je met deze informatie kunt omgaan. Gaandeweg het boek wordt duidelijk dat wij niet zijn wat wij hebben, hoe anderen ons behandelen of hoe zij ons beoordelen.

Zelfreflectie is het begin, daarna kun je jezelf bewust ontgiften van alle niet-relevante of valse informatie. Het middelste deel van het boek gaat vooral over wat je niet bent, bijvoorbeeld: ik ben niet mijn bezit, ik ben niet mijn lichaam, ik ben niet mijn herkomst.

Conclusie: de essentie van jezelf (wat je wel bent) is wellicht alleen voor jezelf te begrijpen en nauwelijks aan een ander uit te leggen.

Helder taalgebruik, overzichtelijke opzet, maar complexe materie. Een boek dat een andere, interessante visie geeft op het onderwerp jezelf worden door je ware ik te vinden. De auteur is een Amerikaanse psycholoog. Met literatuurverwijzingen.



woensdag 8 februari 2012

Handboek voor het bouwen van je eigen luchtkasteel

Fantaseer jezelf gelukkig...

Het Luchtkasteel bestaat uit 25 kamers die elk een andere functie hebben: een suite voor schaamte, een kamer voor geluk, een traanzaal voor verdriet. Elke kamer wordt omschreven en biedt de lezer een aantal keuzes. Want niets werkt zo stimulerend op de verbeeldingskracht als keuzes.

Waar heb ik werkelijk verdriet om, waar ben ik trots op, wat zou ik graag anders willen? Als je deze vragen stelt bij het inrichten van je Luchtkasteel, dan zijn ze niet vervelend diepgravend maar juist hoopvol opbouwend. Dan is het entertainment.

Een luchtkasteel is een plek om jezelf gelukkig te fantaseren en om in te verdwijnen. Kinderen weten dat beter dan volwassenen. Maar het is ook een middel om met verbeeldingskracht de werkelijkheid en jezelf opnieuw vorm te geven.

Het is dat laatste aspect van het luchtkasteel dat de auteur, van oorsprong copywriter in de reclame, de lezer in dit boek wil laten zien. Ze doet dat in de vorm van een tocht langs de vele vertrekken van het luchtkasteel, die onder meer langs de salon, de keuken, de balzaal, de kinderkamer, maar ook langs de kamer van geluk en de Royal Suite voor kwaad voert. Deze reis heeft tot doel de lezer bewust te maken van verborgen gedachten, wensen en verlangens, waarbij heel serieuze levensvragen op een speelse manier aan de orde komen.

Tekst en illustratie vormen in het boek een geheel en de visualisatie is altijd functioneel. Door de lichtvoetige en associatieve manier waarop de zoektocht is vormgegeven, zal dit originele boekwerk een brede lezersgroep aanspreken.